NL | FR

+32 496 24 90 46 | info@net-men-kanker.be

NL | FR

NL | FR

  1. Hoofdpagina
  2.  » Getuigenis Maggy De Sutter 2013 MEN1

Maggy De Sutter

MEN1- getuigenis, 2013

← Terug naar overzicht MEN Getuigenissen

Maggy de Sutter MEN1 getuigenis 2013

 

Mijn ervaring
als mama met MEN1

Mijn naam is Maggy De Sutter, ik ben woonachtig te Halle.

Alles begon de dag dat mijn moeder meedeelde dat ze MEN1 had en dat wij ons ook moesten laten testen.

We ondergingen een bloedafname en hebben ongeveer 1 à 2 maanden moeten wachten op de resultaten. Bij mij was het dus positief voor MEN1. Ik heb meteen ook een test gevraagd voor mijn dochtertje dat toen 2 jaar was. De dokter stelde voor om nog wat te wachten, maar ik zelf wou ook weten of ze drager was en ik stond erop om de test meteen te laten doen.

Waarom wachten en altijd met de vraag blijven zitten: “Heeft ze het ook of gaat ze er van gespaard blijven?” Dus heeft de dokter de test uitgevoerd en spijtig genoeg bleek ze ook positief te testen voor MEN1.

Wanneer dan mijn dochter vertellen over de ziekte?

Er werd me aangeraden te wachten om het haar te melden tot na de pubertijd. We zullen, eenmaal het zover is, haar dan, samen met een psycholoog, op de hoogte brengen en uitleggen wat MEN1 inhoudt. Wel laat ik de kinderen jaarlijks hun bloed testen. Dit is voor mij een geruststelling, want zo worden ze toch verder opgevolgd.

Het moment dat ik te horen kreeg dat ik MEN1 had, werden uiteraard verdere onderzoeken gedaan; bloedafnames, MR-scan, enz. Voor de bespreking van de onderzoeksresultaten had ik mijn zus meegenomen. Ik zal nooit meer de woorden van de assistent vergeten die toen zei: ”Mevrouw, u heeft 2 cysten in de pancreas, ik heb dat nog nooit gezien bij zo’n jonge vrouw.” De grond zakte toen onder mijn voeten weg! Na 1 jaar waren het er al 4 geworden. Bovendien kreeg ik nu ook nog te maken met een ander probleem. Ik was in een vroegtijdige menopauze beland, en kon daardoor geen kinderen meer krijgen.

Wonder boven wonder!

4 jaar later, wonder boven wonder, werd ik toch weer zwanger. Ik was totaal niet voorbereid op een tweede kindje, maar het was wel meer dan welkom! De dokter stelde voor om een vlokkentest of een vruchtwaterpunctie uit te voeren, maar uiteindelijk heb ik dat niet laten doen. Wat zou ik doen mocht het kind ook MEN1 hebben? Neen, ik ken mezelf, en zou dit niet aankunnen. Na de geboorte is mijn zoontje ook positief getest voor MEN1.

Leven met MEN1

Gelukkig hebben wij een heel sterke band in de familie, en dat heeft mij gesteund om erdoor te komen, ook al is het niet alle dagen even makkelijk.

Mijn dochter heeft rond haar 4de jaar een niercrisis gehad. Bovendien ziet ze dikwijls heel bleek en is ze soms heel moe. Mijn kindjes hebben ook vaak breuken, waardoor ze regelmatig in het gips liggen. Ze hebben echt wel zwakke beenderen en gewrichten. Zelf had ik als kind hier ook vaak mee te kampen.

Dit alles heeft, volgens mijn artsen, niets te maken met het MEN1-syndroom, maar als jonge mama blijf je je toch steeds vragen stellen, en is het toch normaal dat je je zorgen maakt. Je zit altijd met die MEN1 in je achterhoofd.

Maar gelukkig zijn er ook super goede dagen, en dan barst ik van energie. Spijtig genoeg heb ik hierdoor dan ook mensen die mij niet begrijpen en denken dat ik komedie speel, en dan nog durven zeggen: “Maar jij hebt toch niets, je ziet er zo goed uit!”. Van dergelijke uitspraken kruip je de muren op hoor! Dat kan ik je verzekeren!

Nu ja, het leven moet verder. Daarom blijf ik steeds trouw aan het levensmotto van mijn tanteke: “De dag plukken zoals hij komt, en er het beste van maken, met zijn goede en slechte kanten”

Het allerbeste,

Maggy

Special thanks to INCA to let us make use of the INCA-theme, developed by Weberest 

Behandeling van een Hormonaal Syndroom

Met somatostatine analogen

Somatostatine, een natuurlijk voorkomend hormoon, kan zich binden met de somatostatine receptoren op de tumorcel en zo abnormale hormoonvorming activeren. De somatostatine analogen blokkeren de somatostatinereceptoren en verminderen zo de hormoonvorming.

Somatostatine-analogen (b.v. octreotide, lanreotide) zijn synthetische versies van somatostatine. De octreotide-formule (merknaam Sandostatine) kan worden toegediend via een infuus, dagelijkse zelfinjecties, of een maandelijkse injectie met langzame afgifte (LAR). De lanreotide formule (merknaam Somatuline) kan om de week worden gegeven en in een maandelijkse formule met langzame afgifte (LAR).
De maandelijkse injecties worden meestal door beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg toegediend, maar het is mogelijk om de maandelijkse injectie met lanreotide zelf te injecteren.

Klassieke indicatie is het carcinoïd syndroom waarbij de klachten worden veroorzaakt door serotoninevorming bij een functionele dunne darm NET.
Ook NET op andere lokalisaties kunnen een hormonaal syndroom veroorzaken geïnitieerd door activatie van de somatostastine receptoren op de tumorcel en deze zijn dus gevoelig voor behandeling met somatostatine analogen.

Somatostatine analogen worden ook gebruikt voor tumor controle (zie hieronder).
Aanwezigheid van somatostatinereceptoren kan worden bepaald door functioneel onderzoek (Gallium-68 Dotatoc PET scan ) of een gericht weefsel onderzoek naar somatostatine receptoren (zie ook Onderzoek bij vaststellen, stadiëring en opvolging NET).

 

Telotristat

Telotristat is werkzaam door het blokkeren van de vorming van serotonine in de tumorcel.
Het is dus enkel werkzaam bij het carcinoïd syndroom waar vooral de verbetering van diarree bij patiënten die niet meer of onvoldoende beantwoorden op somatostatine-analogen werd aangetoond.
Het heeft geen effect op de tumorgroei.
Medicatie is beschikbaar in tabletvorm onder terugbetalingscriteria.

 

Andere

Andere modaliteiten die er vooral op gericht zijn om de omvang van de uitzaaiing te verminderen zoals embolisatie, PRRT en chirurgie kunnen ook een plaats hebben in de behandeling van medicamenteus niet te controleren klachten en worden verder besproken.

Behandeling van de tumor /oncologische behandeling

Chirurgie

Chirurgie is de enige therapie die een NET kan genezen. In afwezigheid van specifieke symptomen wordt de diagnose echter vaak laattijdig gesteld waardoor de tumor de kans krijgt om uit te zaaien (metastaseren), en niet meer in aanmerking komt voor curatieve chirurgie (niet-resectabel).
Wanneer de NET zich echter tot één plaats beperkt (locoregionaal) of er slechts weinig uitzaaiingen zijn, is chirurgie de gouden standaard. Na een volledige resectie is geen aanvullende medicamenteuze behandeling (adjuverende behandeling) aangewezen.
Ook als de tumor is uitgezaaid (metastasering), kan tijdens het behandelingstraject een operatie aangewezen zijn maar dan bijna altijd in combinatie met medicatie. Indicatie wordt weerhouden indien de tumor klachten veroorzaakt die door de chirurgische ingreep kunnen worden verlicht. Het doel van de ingreep is dan niet om een definitieve genezing te bekomen maar wel de tumor en klachten beter en langer onder controle te houden.
Chirurgie van de primaire tumor kan worden voorgesteld wanneer de NET door groei lokaal problemen veroorzaakt zoals een bijvoorbeeld een afsluiting (obstructie) of bloeding bij een dunne darmlokalisatie.
Heelkundige verwijdering van de uitzaaiingen in de lever(metastasectomie) wordt overwogen wanneer zo de zichtbare tumor volledig kan worden verwijderd. Soms wordt geopteerd om een (het grootste) deel van de tumor te verwijderen (debulking) wanneer de hormoonproductie in de metastasen klachten veroorzaakt die niet met medicatie te controleren zijn. Indicatie voor debulkingoperatie is controversieel en andere behandelingen zoals embolisatie vormen hier een alternatief.
Zeer zelden wanneer wordt voldaan aan strikte criteria wordt de indicatie voor een levertransplantatie besproken .
Wanneer de NET hormonen vormt (functioneel) is een medische behandeling voor de ingreep noodzakelijk.

 

Gerichte behandelingen

Somatostatine-analogen
Zoals hierboven besproken worden somatostatine-analogen aangewend voor symptoomcontrole maar inmiddels kon worden aangetoond dat bij NET die somatostatine receptoren hebben zowel octreotide als lanreotidede tumorgroei kan afremmen.
Gezien deze behandeling goed wordt verdragen is ze bij traag groeiende tumoren vaak de eerste keuze.
Aanwezigheid van somatostatinereceptoren kan vooraf worden bepaald door functioneel onderzoek (68 Gallium Dotatoc scan ) of een gericht weefsel onderzoek naar somatostatine receptoren. (zie ook Onderzoek bij vaststellen, staging en opvolging NET)

Everolimus
Everolimus (merknaam Afinitor) wordt gebruikt voor de behandeling van groeiende gevorderde pancreas-,niet-functionele gastro-intestinale- en long-NET.
Everolimus behoort tot de kinaseremmers en remt meer specifiek een eiwit, mTOR, dat bij bepaalde tumoren een rol speelt in de groei van de tumorcelen en nieuwvorming van bloedvaten in de tumor (neo angiogenese).

Sunitinib
Sunitinib (merknaam Sutent) wordt gebruikt in de behandeling van groeiende gevorderde pancreas NET.
Het is eveneens een kinaseremmer en remt de activiteit van verschillende celeiwitten die betrokken zijn bij de groei, nieuwvorming van bloedvaten en verspreiding van tumorcellen.

Zowel Everolimus als Sunitinib worden geleverd in de vorm van een capsule. Toediening is gebonden aan terugbetalingscriteria.
De behandeling vraagt een regelmatige opvolging voor eventuele nevenwerkingen met ook aandacht voor mogelijke wisselwerking met andere medicatie.
De behandeling gaat door zolang de NET onder controle wordt gehouden en goed wordt verdragen (dat wil zeggen geen of minimale bijwerkingen).

Andere proteïnekinaseremmers
Everolimus en Sunitinib behoren tot de groep van de proteïnekinaseremmers. Dit zijn geneesmiddelen die in de tumorcel bepaalde eiwitten (proteïnekinase) blokkeren. Proteïnekinsases zijn betrokken bij groei , nieuwvormingen van bloedvaten en verspreiding van de tumor.
Kinaseremmers worden bij verschillende tumoren gebruikt.
Bij NET tumoren zijn zoals besproken Everolimus (merknaam Afinitor) en Sunitinib (merknaam Sutent) geregistreerd.
Andere proteïnekinaseremmers werden reeds in studieverband toegediend en tonen signalen van activiteit maar zijn nog niet geregistreerd voor de behandeling van NET.

 

Chemotherapie

Chemotherapie heeft tot doel de groeiende cellen te doden of de groei af te remmen
Het kan een optie zijn voor gevorderde NET van pancreas , luchtwegen, en ook zelden NET van de gastro-intestinale buis.
Grootte, groei kenmerken bij weefselonderzoek en delingsactiviteit bepalen de beslissing en keuze van de behandeling.
Toediening gebeurt met tabletten of langs de bloedbaan en de behandeling gebeurt onder zorgvuldige opvolging van het oncologieteam.

 

PRRT (peptide-radionuclidetherapie)

Bij PRRT wordt de tumor hormoon-gedoseerd inwendig bestraald. Hiervoor wordt radioactieve stof (meestal Lutetium-177) gebonden aan een eiwit (DOTATATE) toegediend. Dit complex bindt zich selectief met de somatostainereceptoren van de tumor en wordt nadien in de tumorcel opgenomen.
Patiënten dienen te beantwoorden aan de selectiecriteria waarbij het belangrijk is dat de NET somatostatine receptor positief is en dit moet worden bevestigd door een somatostatine-receptor PET/CTscan (Gallium-68 Dotatate). (zie ook Onderzoek bij vaststellen, staging en opvolging NET)
De radioactieve stof wordt langs het bloed toegediend meestal in vier sessies.
PRRT is aangewezen bij dunne darm NET (midgut) die groeien onder een behandeling met somatostatine -analogen. Het kan ook in overweging worden genomen bij NET met andere lokalisaties die resistent zijn aan de beschikbare behandelingen.
De behandeling is effectief zowel wat betreft controle van de tumor als van (indien aanwezig) de hormonale klachten.

 

Locoregionale behandeling

Omvat behandelingsmodaliteiten voor leveruitzaaiingen.
Hierbij wordt via een katheter langs de lies kleine bolletjes of lijm ingespoten in de bloedvaten van de tumoren van de lever zodat de bloedtoevoer wordt geblokkeerd waardoor de tumor kan krimpen of afsterven(embolisatie).
Langs deze weg kan ook gericht chemotherapie (chemoembolisatie) worden toegediend of door de bolletjes te laden met radioactieve stof, een interne bestraling worden verricht (radioembolisatie)
Deze therapie kan aangewezen zijn wanneer de uitzaaiingen enkel of vooral in de lever aanwezig zijn.
Het vormt een alternatief of aanvulling voor chirurgische resectie of ablatie (vernietiging) van de leverletsels.
De behandeling is werkzaam zowel voor controle van de groei van de tumor als voor behandeling van de eventuele hormonale symptomen

 

Interferon

Interferon is een natuurlijk voorkomend eiwit dat een rol speelt bij de werking van het afweersysteem (immuunsysteem).
Als medicatie wordt het bij NET tumoren gebruikt voor behandeling, overwegend bij darm NET (midgut) indien geen andere mogelijkheden meer beschikbaar zijn.
Het is minder belangrijk in de huidige behandelingsstrategie.

 

Behandeling in studieverband

Het inzicht is evolutief en in de verschillende fasen van de therapie is het mogelijk dat er een behandeling in studieverband wordt aangeboden. Behandeling met onder andere proteïne kinasen (zie hierboven) en immunotherapie worden in studies getest.

 

Special thanks to INCA to let us make use of the INCA-theme, developed by Weberest 

© vzw NET & MEN Kanker